Search
Close this search box.
Search
Close this search box.

Gedragscode soortenbescherming natuurbeheer

De VBNE ontwikkelt voor haar leden de gedragscode soortenbescherming  natuurbeheer. In deze gedragscode staan maatregelen waarmee terreineigenaren schade aan beschermde soorten zoveel mogelijk voorkomen. Door te werken volgens de gedragscode kunnen terreineigenaren  natuurbeheer uitvoeren zonder in strijd te handelen met de wet.

Waarom een gedragscode?

In de Omgevingswet (voorheen Wet natuurbescherming) staan verbodsbepalingen ter bescherming van soorten. Het gaat bijvoorbeeld om het verbod beschermde dieren te doden of opzettelijk te verstoren. En om het verbod om beschermde planten te plukken of te vernielen. Bij het uitvoeren van natuurbeheer kan een terreineigenaar niet altijd voorkomen dat hij in strijdt handelt met deze verbodsbepalingen. Er is dan een ontheffing van de Omgevingswet van de provincie nodig om deze werkzaamheden te mogen uitvoeren.  Als je werkt volgens een goedgekeurde gedragscode, hoef je geen ontheffing aan te vragen. Er geldt dan een vrijstelling van de verbodsbepalingen.

Natuurbeheer is van belang voor bijvoorbeeld de bescherming van wilde flora en fauna en voor de instandhouding van natuurlijke habitats. Daarom geldt er een vrijstelling van de verbodsbepalingen voor terreineigenaren die werken volgens een goedgekeurde gedragscode. Als je werkt volgens een goedgekeurde gedragscode, hoef je geen ontheffing aan te vragen.

Goedkeuring nieuwe gedragscode

Eerste vier maatregelen

Sinds 2020 werkt VBNE samen met haar leden aan de nieuwe gedragscode natuurbeheer. Door extra regels die opgelegd worden voor de bescherming van bepaalde soorten, is het lastig gebleken om tot overeenstemming te komen over de maatregelen in de nieuwe gedragscode. Met deze maatregelen moeten beheerders namelijk habitats in stand kunnen houden, soorten kunnen beschermen én de maatregelen moeten uitvoerbaar zijn in de natuurbeheerpraktijk. Eind 2023 is het eerste deel van de gedragscode ter goedkeuring ingediend bij RVO. Het betreft vier beheermaatregelen:

  • begrazen van natuurterreinen,
  • beheren van akkers,
  • schonen en baggeren van waterlopen en
  • schonen en baggeren van kleine wateren.
Het goedkeuringsbesluit is op 6 mei 2024 gepubliceerd. De gedragscode voor deze vier maatregelen (deel 1) is geldig tot 1 januari 2025. 
 

Gedragscode deel1

Gedragscode en goedkeuringsbesluit eerste vier maatregelen.

Bijlage A: werk-protocol deel 1

De ecologisch deskundige vult dit werkprotocol in vóór aanvang van de werkzaamheden.

Werken zonder gedragscode

Overige maatregelen

De gedragscode soortenbescherming natuurbeheer is in 2021 verlopen. Niet beheren is geen optie, omdat de natuurkwaliteit dan direct verslechtert. VBNE heeft een richtlijn opgesteld voor natuurbeheer in de periode zonder geldige gedragscode. Extra zorgvuldig werken is in deze periode van belang. Met de goedkeuring door de minister van de eerste vier beheermaatregelen is deze richtlijn alleen nog van toepassing op de overige maatregelen:

  • omzagen en afzetten van houtige landschapselementen
  • branden van heiden
  • plaggen van heide, stuifzanden en kustduinen
  • chopperen van heide, stuifzanden en kustduinen
  • maaien van heide, stuifzanden en kustduinen
  • strooisel vegen van heide
  • maaien van rietland in de habitattypen veenmoeras, dynamisch moeras en rivier- en moeraslandschap
  • maaien van overig rietland
  • beheer van weidevogelgrasland
  • beheer van kruidenrijke gras- en hooilanden

Zorgvuldig werken met werkprotocollen

Tot die tijd is het van belang om zo zorgvuldig mogelijk te blijven werken conform de vorige gedragscode natuurbeheer, en soortbeschermingsmaatregelen door ecologisch deskundigen vast te leggen in ecologische werkprotocollen (zie de interne VBNE-richtlijn)

Balans tussen soorten- en habitatbescherming

Om verstoring van beschermde soorten te voorkomen, werken beheerders zo zorgvuldig mogelijk volgens de gedragscode. In de gedragscode moet een balans gevonden worden tussen de bescherming van (individuele) soorten aan de ene kant en de bescherming van habitats – en daarmee het voortbestaan van populaties van soorten – aan de andere kant. Door de extra regels die de overheid stelt ter bescherming van soorten lijkt deze balans te verdwijnen. Natuurbeheer is hierdoor niet meer uitvoerbaar.  

Onze natuur is beschermd door internationale en nationale wetgeving. Voor Natura 2000 gebieden gelden instandhoudingsverplichtingen en verslechteringsverboden en voor het Natuur Netwerk Nederland (NNN) gelden beheerverplichtingen (SNL). Deze verplichtingen lijken strijdig met de verplichtingen voor soortenbescherming in de Wet natuurbescherming. VBNE heeft daarom LNV en de provincies gevraagd om met spoed tot een werkbare oplossing te komen. Niet beheren heeft immers grote gevolgen voor de natuurkwaliteit en de biodiversiteit. Rijk, provincies en natuurbeheerders hebben de gezamenlijke taak om de natuur in Nederland te behouden en te herstellen. Dat is nu de natuur onder grote druk staat belangrijker dan ooit. 

Interne richtlijn

Richtlijn om natuurbeheer uit te voeren in de periode dat er geen geldige gedragscode natuurbeheer (GSN) is die alle maatregelen omvat.

Veelgestelde vragen

Hieronder vind je de meest gestelde vragen en antwoorden over de Gedragscode Soortenbescherming Natuur (GSN). Heb je vragen die hier niet bij staan, stuur je vraag dan per mail naar info@vbne.nl.

Let op: dit betreft de vier goedgekeurde maatregelen uit de GSN. Voor de overige maatregelen die nog niet goedgekeurd zijn, zie de richtlijn.

Algemene vragen

Antwoord

Een gedragscode is geldig na goedkeuring door de minister door middel van een goedkeuring GSN besluit. Voor de GSN is dit 6 mei 2024. De GSN is vastgesteld en geldig tot 1 januari 2025 omdat het nog een gedragscode onder Wet Natuurbescherming betreft.

Antwoord

Voor gedragscodes die goedgekeurd zijn onder de Wet natuurbescherming geldt het overgangsrecht. Dit betekent dat deze gedragscodes geldig blijven voor de vastgestelde termijn. Onder de Omgevingswet worden een aantal andere nieuwe onderdelen verplicht: informatieplicht, evaluatie, participatie en mogelijk monitoring. Gedurende 2024 gaat de VBNE met RVO in overleg over de noodzakelijke aanpassingen voor omzetting.

Antwoord

Er zijn gene zienswijzen ingediend tegen de vier goedgekeurde maatregelen. Bezwaar ligt dan ook niet voor de hand.

Antwoord

Voor zover het habitat van beschermde soorten geheel of gedeeltelijk in natuurterrein ligt, vallen ze onder de werking van de GSN. Als je volgens de GSN werkt en de betreffende beschermde soorten komen voor, dan is een ontheffing niet nodig. Enkele bijzondere beschermde soorten vallen niet onder de GSN. Dit zijn wolf, lynx, vuursalamander, geelbuikvuurpad, vroedmeesterpad en knoflookpad.
> In bijlage B van de GSN zijn alle soorten opgenomen die onder de GSN vallen.

Antwoord

Soorten als gewone pad, bruine kikker, vos en ree vallen onder de bescherming van artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Provincies kunnen echter een generieke vrijstelling verlenen voor bepaalde soorten, als die veelvuldig – en duurzaam – in hun provincie voorkomen. Dit heeft geleid tot provinciale vrijstellingslijsten. Sommige soorten zijn ook in bepaalde provincies in bepaalde perioden vrijgesteld, bijvoorbeeld eekhoorn, hazelworm en levendbarende hagedis in provincie Limburg. Voor vrijgestelde soorten hoeft niet gewerkt te worden met de GSN.
> Een overzicht van de vrijgestelde soorten per provincie is hier te vinden: https://habitus.nl/vrijgesteldesoorten

Antwoord

De GSN waarborgt dat je als beheerder bij de uitvoering van reguliere boswerkzaamheden zorgvuldig handelt ten aanzien van alle beschermde soorten die in natuurgebieden kunnen voorkomen. Daarnaast geldt in natuurgebieden natuurlijk ook andere wet- en regelgeving. Bijvoorbeeld de bescherming van houtopstanden onder de Omgevingswet en de bescherming van cultuurhistorische elementen door de Erfgoedwet. Als beheerder moet je tijdens natuurbeheer met al deze aspecten rekening houden. De regels in de GSN hebben alleen betrekking op beschermde soorten.

Werkprotocol natuurbeheer

Antwoord

De ecologisch deskundige vult het werkprotocol voorafgaand aan de werkzaamheden in. De aannemer (uitvoerder) en beheerder (opdrachtgever) ondertekenen beiden het werkprotocol. Het ondertekende werkprotocol moet tijdens de uitvoering ter plekke aanwezig zijn (in alle machines en in de schaftgelegenheid). De beheerder bewaart het werkprotocol – en bijbehorende kaarten en inventarisatiegegevens – minimaal 2 jaar.
> Zie bijlage A in de GSN

Antwoord

In de Omgevingswet (voorheen Wet natuurbescherming) staat dat je alleen met de GSN mag werken als je werkzaamheden uitvoert die onderstaande wettelijke belangen dienen. Dit betekent dat de reguliere beheerwerkzaamheden die je uitvoert nodig zijn voor een of meerdere van deze doelen. In het werkprotocol kruis je aan welke van toepassing is en geef je een korte toelichting. Als er beschermde vogelsoorten in je werkgebied voorkomen, dan kan je alleen een beroep doen op het belang ‘ter bescherming van de (wilde) flora en fauna’. Voor andere beschermde soorten kan je ook de andere belangen aankruisen.

> Zie bijlage A in de GSN

Voorbeelden
  • Ter bescherming van de (wilde) flora en fauna: onder dit belang vallen alle werkzaamheden waarmee je (wilde) flora en fauna beschermd. Bijvoorbeeld het beheren van mantel- en zoomvegetaties voor vlinders als de bruine eikenpage, het periodiek schonen van poelen als voortplantingsgebied van boomkikkers en kamsalamanders, het maken van kale plekjes op de heide voor voortplanting van zandhagedis of het aanleggen van broeihopen voor ringslang.;
  • Voor het in stand houden van de natuurlijke habitats: dit belang zal in de meeste gevallen van toepassing zijn. Door gericht beheer voorkomen we dat essentiële habitatelementen verdwijnen en realiseren we structuur en variatie en daarmee een diversiteit aan habitats waarin verschillende dieren en planten leven. Bijvoorbeeld heidenterreinen waar we te veel boomopslag verwijderen en oude en jonge heiden worden afgewisseld met grazige en zandige delen. Deze structuurelementen vormen leefgebied van verschillende beschermde soorten en worden dus in stand gehouden.
  • Bestendigbeheer in het kader van natuurbeheer: een heide, riet- of grasland dat niet voldoende beheerd wordt, ontwikkelt zich richting ruigte en bos. En kleine wateren groeien dicht. Zonder bestendig beheer verdwijnen daarmee habitats die essentieel zijn voor het duurzaam voortbestaan van populaties van beschermde soorten;
  • In het belang van de openbare veiligheid en de volksgezondheid: dit belang betreft beheerwerkzaamheden die veiligheidsrisico’s beperken. Natuurbeheerders dragen bij aan het verkleinen van veiligheidsrisico’s in hun terreinen. De aanleg van zandige stroken in vergraste heideterreinen vergroot bijvoorbeeld de biodiversiteit en verkleint tegelijkertijd de kans op een onbeheersbare natuurbrand. Daarnaast is natuur van groot belang voor de volksgezondheid als bron van ontspanning, beweging en welzijn;
  • Bestendig beheer in het kader van onderhoud van landschappelijke kwaliteiten van een gebied: door het beheren van landschapselementen – zoals heggen, lanen en poelen – dragen we bij aan de landschappelijke kwaliteiten van een gebied. Zonder beheer verdwijnen deze kwaliteiten. In andere gebieden is de openheid van het landschap een landschappelijke kwaliteit die behouden blijft.

Lees verder

Agenda

Effecten van stikstof op laagveen

Webinar

Ruimte voor zand

Veldwerkplaats

Werkgroep Gedragscode natuurbeheer

Gerard van Looijengoed (VBNE)
Mirjam Broekmeijer (Bosgroepen)
Allard van Leerdam (Staatsbosbeheer)
Astrid Medema (Staatsbosbeheer)
Henk Siebel (Natuurmonumenten)

E-learning

Hét e-learningplatform voor medewerkers en vrijwilligers van natuurorganisaties. In korte modules leer je meer over werken in de natuur.

Meer onderzoek naar natuur

Natuurkennis.nl is de
meest complete kennisbank
met onderzoek en
praktisch advies over
bos- en natuurbeheer.

Vraag over dit onderwerp?